Bepaal je taal

De woorden die je gebruikt zijn van invloed op de manier waarop anderen je zien én op je eigen gedrag. Professor Bernard Roth, professor aan de Universiteit van Stanford, ontdekte dat we soms onbewust woorden gebruiken die ons ongemerkt tegenwerken. 

1. Maar of en
Een voorbeeld. Je hebt een afspraak om uit eten te gaan, terwijl je ook nog veel werk hebt. In dat geval kun je beter zeggen: "Ik wil uit eten en ik heb nog veel werk", dan "Ik wil uit eten, maar ik heb nog veel werk." Met het woord ‘maar’ zorg je voor het ontstaan van een conflict dat er eigenlijk niet eens was. Gebruik je het woord ‘en’, dan gaan je hersenen beter om met beide delen van de zin en kom je sneller tot een oplossing in plaats van je volledig te richten op een probleem.

2. Moeten of willen
Volgens professor Roth kun je ook beter niet te vaak het woord 'moeten' gebruiken. Wanneer je zegt 'ik wil' in plaats van 'ik moet', ben je gemotiveerder om datgene te doen wat er op dat moment moet gebeuren. Je moet niet stofzuigen. Je wilt stofzuigen want je vindt het fijn dat de vloer schoon is.