vlijen of vleien

"Ik was gevlijd." Ik las de zin en twijfelde aan de 'ij'. Het is toch vleien? Waarom staat er dan gevlijd?

Vlijen

  • ordelijk of op de vereiste wijze neerleggen
    synoniem: stapelen, schikken, voegen

    hout, turf op een stapel vlijen

Vleien

  • dingen zeggen die (iem.) aangenaam zijn of tot lof strekken, maar die overdreven of ook onwaar zijn, naar de mond praten

Misschien was de schrijfster inderdaad ordelijk of op de vereiste wijze neergelegd, maar ik denk het niet ...