Geschiedenisleraar

Het miezert en ik moet op de fiets naar huis. Ik loop langs een bakker en baan me een weg door de smekende meeuwen, bietsende duiven en kaaiende kraaien. Aangekomen bij de parkeerplek kijk ik op. Een gedistingeerde man van ver voorbij de pensioengerechtigde leeftijd is bezig zijn pijp te stoppen.

“Wauw, een pijp.” Hoor ik mezelf kirren. “Dat zie je niet veel meer! Ik vind het geweldig. Ik probeer af en toe mijn man over te halen, maar hij wil er niet aan.”

De voorkomende vreemdeling kijkt me innemend aan. Hij lijkt even na te denken terwijl hij onverstoorbaar verder gaat met het prepareren van zijn tabak. “Ik las laatst in de Volkskrant dat er nog maar weinig pijprokers zijn. Zo’n 10.000. Misschien nog minder. Ik ben dus best uniek.”

Ik moet lachen en begin een anekdote over mijn lievelingsleraar op de middelbare school. Een man die ook pijp rookte. Hij gaf mijn lievelingsvak, geschiedenis. “Misschien vind ik de geur van pijp daarom zo fantastisch”, doe ik mijmerend uit de doeken.

“Ik was ook leraar geschiedenis … ”

Dan wordt ons gesprek abrupt onderbroken door een veel jonger heerschap dat met veel geweld zijn fiets probeert te bevrijden. Het sujet blijkt op de een of andere manier bij de charmante grijsaard te horen. Misschien een zoon? Misschien een veel jongere geliefde? Onbewust dringt hij ons fragiele verbond binnen en weet het – nog voor de pijp is aangestoken – onherstelbaar te verpulveren.

 

“Ik was ook leraar geschiedenis ... ” Het had het begin kunnen zijn van een historische vriendschap.